Naar de inhoud
persberichten.biz
Recht ·

Boetebesluit UWV is evident onredelijk. Boete wordt verlaagd

19 juli 2023 Een verzoek om terug te komen van een definitief geworden boetebesluit moet op dezelfde wijze worden beoordeeld als een verzoek om terug te komen van een ander besluit...

19 juli 2023

Een verzoek om terug te komen van een definitief geworden boetebesluit moet op dezelfde wijze worden beoordeeld als een verzoek om terug te komen van een ander besluit. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep vandaag beslist.

Het geschil

Het UWV had aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd van € 3.571,03 voor het niet doorgeven van inkomsten. Het UWV heeft het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. Het boetebesluit was daarmee definitief geworden. Daarna heeft betrokkene het UWV verzocht om terug te komen van dit besluit vanwege zijn persoonlijke en sociale situatie en de uitzonderlijke belasting die de betaling van de boete meebrengt. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen.

Het “evident-onredelijk”-criterium

Als een bestuursorgaan zoals het UWV een verzoek om heroverweging van een definitief geworden besluit afwijst, beoordeelt de bestuursrechter of deze afwijzing evident onredelijk is. De Centrale Raad van Beroep heeft nu beslist dat dit  “evident-onredelijk”-criterium ook geldt voor boetebesluiten. Het vasthouden aan een definitief besluit dat onmiskenbaar onjuist is, is evident onredelijk. Om de onmiskenbare onjuistheid van een definitief geworden besluit te kunnen vaststellen moet een oppervlakkige inhoudelijke beoordeling of een summier onderzoek voldoende zijn. Daarbij kan onder meer een rol spelen dat het bestuursorgaan de onjuistheid van de eerdere besluitvorming uitdrukkelijk heeft erkend.

De weigering van het UWV het boetebesluit te herzien is evident onredelijk

In dit geval heeft het UWV uitdrukkelijk erkend dat het oorspronkelijke boetebesluit onjuist was, omdat de boete te hoog was vastgesteld in verhouding tot de draagkracht. Daarnaast heeft het UWV erkend dat de gezondheidssituatie en de persoonlijke situatie van betrokkene tot een ander besluit zouden hebben geleid als dit eerder bekend was geweest. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het oorspronkelijk boetebesluit onmiskenbaar onjuist is. De weigering van het UWV om dit besluit te herzien is daarmee evident onredelijk. De Centrale Raad van Beroep stelt de boete lager vast op € 714,21.

Grote kamer

Dit is de eerste uitspraak van een zogenaamde grote kamer van de Centrale Raad van Beroep, die bestaat uit vijf rechters: twee raadsheren van de Centrale Raad van Beroep, een raadsheer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en twee staatsraden van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Voorafgaand aan de uitspraak heeft de Centrale Raad van Beroep een conclusie gevraagd aan een raadsheer advocaat-generaal. Deze geeft een onafhankelijk advies waar de Centrale Raad van Beroep niet aan is gebonden Het advies is hier te lezen: ECLI:NL:CRVB:2022:2623.

Uitspraak

ECLI:NL:CRVB:2023:1363

Noot voor de redactie

Organisatie
Onbekend

Dit bericht is overgenomen van persportaal.anp.nl en is niet via het formulier op deze site ingestuurd. De oorspronkelijke publicatie blijft leidend.

Meer uit deze rubrieken

Recht ·

Steeds meer mensen bellen het Juridisch Loket

Sinds 1 januari 2023 hebben ruim 340.000 mensen het Juridisch Loket gebeld. Dat is 22% meer dan vorig jaar. Dagelijks bellen gemiddeld 1500 mensen over allerlei juridische kwesties...

Onbekend
Recht ·

Porthos-project mag doorgaan

Het inpassingsplan en de omgevingsvergunningen voor het zogenoemde Porthos-project blijven in stand. Dat betekent dat het Porthos-project mag doorgaan. Dit volgt uit een uitspraak...

Onbekend